Moeder

“Juf, ik mis mijn moeder. Mag ik haar even een knuffel geven?” vroeg Koen afgelopen dinsdag tijdens de les. Moeder zat in de kantine, terwijl wij in het achterste zwembad lagen, wat het even onpraktisch maakte. Ik antwoordde: “Oh, wat vervelend. Je mama is nogal ver weg; zal ik je dan een knuffel geven?” Na mijn knuffel ging hij weer vrolijk verder met de oefening waar hij mee bezig was.

Hij is niet de enige in mijn groep voor wie ik als moeder inspring. Ronnie heeft altijd moeite met het afscheid nemen wanneer we naar de zwemles gaan. Na een knuffel met mama volgen er dan ook vaak nog drie handkusjes, waarmee mama op haar eigen manier wordt weggezonden. Daarna pak ik hem bij de hand en vraag of hij met zijn ‘tweede moeder’ – ik dus – mee naar de zwemles wil lopen. Dat verloopt gelukkig altijd voorspoedig. Eenmaal in de zwemzaal is alles in orde en gaat hij samen met de rest van de kinderen enthousiast aan de slag.

We vergeten soms hoe jong de kinderen in de zwemles nog zijn. Het is immers niet niks om als vijfjarige plotseling met een onbekende juf mee te lopen, zeker in het begin. Ouders mogen tijdens de eerste les nog langs de badrand zitten, maar vanaf de tweede les moeten zij hun kind toch echt bij het kleedlokaal achterlaten.

Daar sta je dan, in je zwembroekje of badpakje, helemaal alleen, zonder je veilige en vertrouwde moeder, omringd door negen andere kinderen die je ook niet kent. Op dat moment trekken we de kinderen als het ware letterlijk uit hun veilige omgeving. Het is dan uiteraard van groot belang dat wij als zweminstructeurs nauwlettend in de gaten houden wie er (wel of geen) moeite heeft met deze situatie. De meest energieke kinderen lijken hier vaak geen last van te hebben. Ik kan je vertellen dat het kind waarmee ik deze column begon, een buitengewoon energiek kind is. Hij doet altijd zeer fanatiek mee, staat vaak vooraan bij de activiteiten, is niet bang in het water en heeft zijn woordje altijd op tijd klaar.

Hier schuilt dus een risico: ook hij mist zijn moeder tijdens de zwemles. Het is immers niet zo dat je van buitenaf kunt zien wat er vanbinnen speelt – dat werd mij afgelopen dinsdag maar weer al te goed duidelijk. Wat doe je dan vooral aan het begin wanneer je een nieuwe groep krijgt? Juist: eerst ervoor zorgen dat jij de vertrouwde persoon voor iedereen wordt. Je laat de kinderen in de eerste lessen niets doen wat zij niet willen. Dit betekent niet dat wij hen niet stimuleren; als zij echt iets niet willen doen, hoeft dat ook niet van mij. Later kunnen we altijd bekijken of ze over hun eigen grens kunnen gaan. Dit kan alleen op basis van vertrouwen. Wanneer zij mij volledig vertrouwen, lukt het mij om hen zover te krijgen dat zij over die grens heen gaan. Bij de een gaat dat iets sneller dan bij de ander, maar ook hier geldt: rustig afwachten en het komt altijd wel goed. Elk kind ontwikkelt zich immers op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo.

 

P.s.: de namen zijn fictieve namen.